[ WHOA: een activa waardering is van groot belang ]

Datum: 10 juni 2020

Samenvatting
Het wetsvoorstel WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord) is afgelopen week door de Tweede Kamer aangenomen. De WHOA is onderdeel van de ‘Herijking Faillissementsrecht’ en betreft een regeling voor totstandkoming van een dwangakkoord buiten faillissement. In de kern gezonde bedrijven met een te hoge schuldenlast krijgen zo de mogelijkheid een faillissement af te wenden. Een ruime meerderheid van schuldeisers dient met een akkoord in te stemmen alvorens een rechter deze bekrachtigt.

Individuele schuldeisers zullen alleen bereid zijn om in te stemmen met een akkoord, als ze ervan overtuigd zijn dat hun eigen financiële positie na herstructurering een betere is dan hun financiële positie bij een faillissement. Om de WHOA succesvol toe te passen zal de liquidatiewaarde van de onderneming lager zijn dan de going-concern waarde na herstructurering (de reorganisatiewaarde).

Schuldeisers die zekerheidsrechten hebben op activa (bijvoorbeeld door hypotheek, verpanding voorraden of verpanding van debiteurenportefeuilles) zullen een onderbouwde afweging willen maken tussen beide scenario’s. Daarom zal de liquidatiewaarde van de door hen gefinancierde activa moeten worden vastgesteld. Dit is des te meer van belang gezien het 19 mei jl. aangenomen amendement. Dat amendement houdt kort gezegd in dat zekerheidsgerechtigden maximaal aanspraak maken op de liquidatiewaarde in een reorganisatieakkoord via de WHOA. Dit is de waarde die de schuldeiser door uitoefening van zijn pandrecht zelf op korte termijn kan verhalen door executie. (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2020Z08296&did=2020D17700).

Werking WHOA op hoofdlijnen
Onder de WHOA kan een ondernemer de rechter verzoeken in te stemmen met een herstructurering van hun schulden. Het is een poging om de (in de kern gezonde) onderneming levend te houden door deze te bevrijden van een te hoge en onhoudbare schuldenlast.

In de WHOA worden de verschillende schuldeisers vervolgens in klassen ingedeeld. Schuldeisers met een verschillende rangorde worden in verschillende klassen ingedeeld, bijvoorbeeld pandhouders of een leverancier met eigendomsvoorbehoud. Deze verschillende klassen krijgen een voorstel waarover zij gaan stemmen. In de wet is opgenomen dat schuldeisers minimaal dezelfde vergoeding aangeboden moeten krijgen als de vergoeding die ze zouden ontvangen bij een faillissement.

Als vervolgens een ruime meerderheid binnen één klasse (die tenminste twee derde van de schuldenlast vertegenwoordigt), instemt, is het voorstel aangenomen. Vervolgens zal de ondernemer dit akkoord aan de rechter voorleggen met als doel dat deze het plan homologeert. Na homologatie is het akkoord bindend voor alle betrokken partijen, dus ook voor de klassen en/of individuele schuldeisers die er niet mee instemden.

Overtuigen van schuldeisers
Hoe wordt aan schuldeisers nu aannemelijk gemaakt dat sprake is van een positieve reorganisatiewaarde? De reorganisatiewaarde is de verwachte waarde van de onderneming nadat het herstructureringsplan goedgekeurd is. Dit kan – bijvoorbeeld – worden vastgesteld door middel van een DCF-waardering. De liquidatiewaarde betreft de meest waarschijnlijke opbrengst in geval van faillissement. Bijvoorbeeld de te realiseren opbrengsten uit een verkoop van de individuele activa zoals voorraden, machines en debiteurenportefeuilles. Zoals gezegd, een meerderheid van de schuldeisers dient overtuigd te worden. De belangrijkste daarvan hebben een (preferente) positie hebben (bijvoorbeeld anken), daarom is de waardering van activa en reorganisatiewaarde een essentieel onderdeel van het WHOA-proces.

Daarom zou zowel de reorganisatiewaarde als de liquidatiewaarde door een objectieve partij moeten worden vastgesteld. Specialisten kunnen hier de (adviseur van) de ondernemer helpen en voldoende hard maken dat er een surplus bestaat in het voordeel van de reorganisatiewaarde. Zie bovenstaand een voorbeeld waaruit een surplus is af te lezen.

Marktkennis én kennis van specifieke activa is essentieel
Veelal (maar zeker niet altijd) zal de reorganisatiewaarde van de activa hoger liggen dan de liquidatiewaarde. Bovenstaande figuur is daar een voorbeeld van. Op zich is dat logisch, aangezien in een faillissementsscenario vaak sprake is van een gedwongen verkoop van activa en/of het onder tijdsdruk tot stand komen van een doorstart. Debiteuren werpen bijvoorbeeld (al dan niet ter elfder ure opgebrachte) tegenvorderingen op. En een machinepark dat verplaatst wordt brengt substantiële logistieke en installatiekosten met zich mee, etc. Om de waarde van deze activa goed te bepalen is daarom gedegen en up-to-date marktkennis noodzakelijk. Zonder juiste waardering is er beperkte kans van slagen van een reorganisatie.

logo-element