[ Case: de internationale (vers)handel ]

Datum: 9 september 2020

Wanneer een onderneming failleert en de pre-faillissement vorderingen worden uitgewonnen, dan gaat dat zelden van een leien dakje. De laatste maanden observeren we een toenemend aantal debiteuren – zeker in tijden van (corona)crisis – dat er veel aan doet om maar niet te hoeven betalen. Bijna standaard is het opwerpen van een dispuut of het voorwenden van een tegenvordering. Een andere ‘beproefde tactiek’ lijkt het gewoonweg niet reageren op brieven, e-mails en telefoontjes. Zeker een debiteur uit – pak hem beet – Kazachstan, kan een dergelijke strategie best lang volhouden. Uiteraard kennen we bij Alcore het klappen van de zweep en zijn wij geëquipeerd om met dergelijke omstandigheden doeltreffend om te gaan.

Maar iedere sector heeft daarnaast zijn eigen specifieke karakteristieken en uitdagingen. Een voorbeeld daarvan die we hier willen uitlichten is de internationale handel in versproducten. In onze praktijk hebben we de laatste maanden meerdere portefeuilles in deze sector onder handen gehad. Er blijken dan patronen te ontdekken die het delen waard zijn. Hierbij een drietal:

Fraudegevoeligheid
In de sector zijn mondelinge afspraken, cashbetalingen en het ontbreken van creditfacturatie veel voorkomend. In geval van faillissement van de leverancier heeft dat uiteraard nadelige effecten op de uitwinbaarheid van de portefeuille. Daarnaast zouden financiers ook alert moeten zijn op het creatief omgaan met de voorwaarden van de Borrowing base. We zien gevallen waarin debiteuren in “A” landen worden opgevoerd, die in werkelijkheid volledig gecontroleerd (en gefund) worden door debiteuren uit landen waar financieringsbeperkingen voor gelden. Hoewel de sector aardig geprofessionaliseerd is, is het zaak alert te blijven.

Statiegeld en fust
Versproducten, waaronder bloemen, worden in standaard-kratten verhandeld, zogenaamde fust. Fust is een verzamelnaam voor karren, kratten en bepaalde (duurzame) types emballage. Facturatie voor fust gaat vaak samen met facturatie van de handel. Een creditnota wordt vervolgens verstuurd wanneer het fust weer is ingeleverd. Lang niet alle handelaren factureren (of administreren) het deel fust – veelal tussen de 10% en 20% van iedere levering – separaat. Het gevolg: de waarde van een verpande portefeuille kan tot wel 20% lager zijn dan vooraf ingeschat door de financier, een realiteit die pas bij de uitwinning zichtbaar wordt. Allerbelangrijkste is dat er een aparte fustadministratie is en duidelijk is hoe de afspraken exact zijn gemaakt.

Het gevaar van oplopende veroudering
Oplopende debiteurendagen zijn natuurlijk altijd een slechte zaak. Maar juist als het te verhandelen product vers is, zijn de schadelijke effecten van veroudering groter. En ergens is dat logisch, partijen groente en fruit wordt vaak binnen een aantal dagen weer doorverkocht. Juist in de handel van verse producten blijkt het grote belang van een strak debiteurenbeheer. Uit ervaringsgetallen uit de database van Alcore blijkt namelijk dat het negatieve effect van veroudering op de inbaarheid in deze branche tot een factor 2 groter is bij overige sectoren;

De conclusie is voor de hand liggend. Een verscherpt inzicht in deze portefeuilles kan helpen. Een externe partij levert de gewenste kritische blik en rapporteert over de risico’s en mogelijkheden tot verbetering.

En als het dan – door een niet meer te vermijden faillissement – alsnog tot een inning van een debiteurenportefeuille komt, dan behalen we met diezelfde kennis en ervaring het beste resultaat.

logo-element