Brand
 
 

[ De valkuilen bij het waarderen van het onderhanden werk ]

Datum: 7 november 2022

Inzicht in de waarde van onderhanden werk (‘OHW’) is van groot belang voor iedereen die betrokken is bij bouwbedrijven en projectorganisaties. Zeker als een faillissement dreigt. Bij de waardebepaling moet je met behoorlijk wat zaken rekening houden.

De balanspost OHW is bij dit type onderneming meestal aanzienlijk. In continuïteit baseren we de waardebepaling op de (betrouwbaarheid van) de projectadministratie. Wanneer het voorbestaan van de onderneming echter onzeker is, werken er meer en complexere elementen in op de waarde. En juist in die fase is het van belang dat belanghebbenden zoals de pandhouder en curator een goed zicht hebben op de waarde. Het maakt vanzelfsprekend nogal iets uit of er een ‘koud’ faillissement volgt of een (gedeeltelijke) doorstart waarbij projecten voor rekening- en risico van derden worden voortgezet.

Hoe komt zo’n waardering OHW tot stand, en waar moet je op letten?

Bij projecten, zeker met een langere looptijd, wordt vaak in termijnen gefactureerd. Een eerste vooruitbetaling kan door de opdrachtnemer gebruikt worden voor de aankoop van materialen, er is op dat moment nog geen werk verzet. Vervolgens worden op afgesproken momenten vervolgtermijnen gefactureerd met een laatste factuur na de finale oplevering.

Bij faillissement van zo’n onderneming, is er altijd gedoe over de op dat moment openstaande facturen. De projecten zijn immers nog ‘onder handen’ en voor de afronding zal een derde partij gevonden moeten worden. Dat betekent vertraging én aanvullende kosten. Ook zijn de door de onderneming afgegeven garanties voor al uitgevoerd werk bij een faillissement niets meer waard. De geclaimde schade wordt dan vaak verrekend met de openstaande facturen.

Om de opbrengst van activa in het faillissement te optimaliseren kan de curator (al dan niet met behulp van een specialist) in kaart brengen welke projecten binnen afzienbare tijd kunnen worden afgerond en alsnog gefactureerd. Dat zullen vooral projecten zijn met een ‘percentage of completion’ die richting de 100% gaat. Afhankelijk van de situatie van de boedel en de houding van de financier kan daarvoor een boedelkrediet geregeld worden.

Daarnaast kunnen derden geïnteresseerd zijn in (een deel van) de projectportefeuille om deze voor eigen rekening en risico af maken. Om de waarde van deze projecten te kunnen bepalen zal de onderhanden werk positie gedetailleerd moeten worden onderzocht. Dat betekent dat voor ieder project in kaart wordt gebracht welke bedragen al gefactureerd of al betaald zijn, wat de restant looptijd is, en welke kosten nog gemaakt moeten worden om tot oplevering te komen. Zijn er (verpande) voorraden die aangewend kunnen worden voor afronding of moeten deze nog worden ingekocht?

Tenslotte zullen de te verwachten geldstromen (inkomsten en uitgaven) moeten worden ingeschat en contant gemaakt naar een waarde per vandaag.

Ieder faillissement heeft zijn eigen dynamiek. Hoeveel tijd is er nog om zaken in kaart te brengen en welke partijen zijn mogelijk geïnteresseerd? Hoe cruciaal is het voortbestaan van de activiteiten van failliet voor bestaande klanten? Kan er nog een beroep gedaan worden op de betrokken projectleiders? De met het faillissement gepaard gaande risico’s op waardevermindering van het OHW en debiteuren zal hoe dan ook een discount rechtvaardigen.

Wat de situatie ook is, een ‘koud’ faillissement of een (gedeeltelijke) voortzetting van de onderneming, de waardering van onderhanden werk (en debiteuren) van een projectorganisatie in zwaar weer is een complexe zaak.

Laat het niet te lang op zijn beloop en plan concrete acties om de waarde waar mogelijk te behouden.

Wil je meer weten en zien hoe een OHW-waardering er bij ons uit ziet? Neem gerust contact met ons op via onderstaande gegevens.

Contact

NTAB Alcore

Prins Hendriklaan 27
1075 AZ Amsterdam

+31 6 46118625
+31 6 48470703